Fidas Law Menu

Gezinshereniging in België: wat verandert er?by Fidas Law

11 september 2025

Sinds 18 augustus 2025 geldt een nieuwe realiteit voor wie gezinshereniging in België wil aanvragen. Wat vroeger al een omslachtige procedure was, wordt nu nog een stuk complexer. De federale wetgever verhoogt de inkomensdrempel, verstrengt de huisvestingseisen, verlengt de wachttijden en tilt de minimumleeftijd voor partners op naar 21 jaar.

De hervorming wordt door de wetgever voorgesteld als een manier om gezinsmigratie beter te beheersen, integratie te bevorderen en misbruik te voorkomen. Er is echter een duidelijke trend zichtbaar: gezinshereniging wordt moeilijker dan ooit.

Hogere inkomensdrempel: meer verdienen om samen te mogen zijn

Eén van de meest ingrijpende wijzigingen heeft betrekking op de inkomensdrempel. Voortaan moet een gezinshereniger beschikken over stabiele, toereikende en regelmatige bestaansmiddelen die netto minstens 110 % van het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen bedragen. Bovendien wordt dit referentiebedrag verhoogd met nog eens tien procent voor elk extra gezinslid dat ten laste is. Waar vroeger een inkomen van 120 procent van het leefloon volstond, is het nu dus noodzakelijk aanzienlijk meer te verdienen om in aanmerking te komen voor gezinshereniging.

De wetgever verantwoordt deze verstrenging door te wijzen op het risico van armoede en sociale afhankelijkheid: wie onvoldoende inkomen heeft, zou sneller beroep doen op het Belgische bijstandssysteem. Toch zijn er uitzonderingen voorzien. Zo geldt de verhoogde inkomensdrempel niet voor minderjarige kinderen of voor meerderjarige kinderen met een handicap. Ook erkende vluchtelingen en staatlozen blijven gedurende een korte periode vrijgesteld van de inkomensvoorwaarde, al is ook deze vrijstelling ingekort.

Strengere huisvestingseisen: geen krappe of onveilige woningen meer

Naast de inkomensdrempel worden ook de regels rond huisvesting aangescherpt. Een simpele kamer huren is niet langer voldoende. De woning waarin het gezin gaat samenwonen moet als “normaal” beschouwd kunnen worden voor een vergelijkbaar gezin, én moet voldoen aan de gewestelijke normen inzake veiligheid en hygiëne.

Toch is dit onderdeel van de hervorming nog niet onmiddellijk toepasbaar. De precieze voorwaarden en bewijsregels moeten nog vastgelegd worden in een koninklijk besluit. Tot zolang blijven de oude regels gelden, wat in de praktijk betekent dat de verstrenging voorlopig nog niet voelbaar is.

Kortere vrijstellingsperiode voor vluchtelingen, afschaffing voor subsidiair beschermden

Een opvallend verschil in de nieuwe regelgeving is de manier waarop omgegaan wordt met personen die internationale bescherming genieten. Voor erkende vluchtelingen en staatlozen blijft er een “grace period” bestaan: gedurende de eerste zes maanden na hun erkenning kunnen zij een aanvraag tot gezinshereniging indienen zonder te moeten voldoen aan de materiële voorwaarden zoals inkomen en huisvesting. Deze periode was vroeger twaalf maanden, maar wordt dus gehalveerd.

Voor subsidiair beschermden en personen met een tijdelijke beschermingsstatus wordt de situatie zelfs nog een stuk strenger. Hun vrijstellingsperiode verdwijnt immers volledig. Deze personen moeten voortaan meteen voldoen aan alle voorwaarden, net zoals andere derdelanders die geen internationale bescherming genieten.

Ook de familieleden van subsidiair beschermden worden in twee nieuwe categorieën onderverdeeld. De nieuwe regelgeving voorziet voortaan immers in een expliciet onderscheid tussen “meereizende” en “nareizende” familieleden van subsidiair beschermden. Enkel de meereizende familieleden genieten rechtstreeks een verblijfsrecht op basis van artikel 10 van de Vreemdelingenwet. Voor nareizende familieleden wordt een specifieke regeling in artikel 10bis, § 2/1 ingevoerd. Deze maakt een machtiging tot verblijf slechts mogelijk onder de volgende voorwaarden:

  • Een wachttermijn van twee jaar wordt gerespecteerd (deze wachttermijn vervalt wanneer enkel minderjarige of meerderjarige gehandicapte kinderen worden vervoegd).
  • De gezinsband moet al bestaan vóór aankomst van de referentiepersoon in België indien de subsidiair beschermde nog maar over slechts een beperkt verblijfsrecht beschikt.
  • De te vervoegen persoon moet beschikken over stabiele, voldoende en regelmatige bestaansmiddelen, met een uitzondering voor de kinderen in het hoger belang van het kind.
  • De te vervoegen persoon moet beschikken over voldoende huisvesting en een ziektekostenverzekering.

Hiermee wordt gebroken met de vroegere situatie waarin vluchtelingen en subsidiair beschermden grotendeels gelijkgesteld waren. Een opvallende keuze waarover naar alle waarschijnlijkheid nog menige discussie zal plaatshebben.

Langere wachttijden

Ook de wachttijden voor gezinshereniging met verschillende categorieën van derdelanders worden verlengd. Voor derdelanders die beschikken over een onbeperkt verblijfsrecht, bedraagt de wachttijd voortaan twee jaar. Enkel wanneer de gezinsband reeds bestond vóór de aankomst van de referentiepersoon in België, wordt deze termijn teruggebracht tot één jaar. Voor nareizende familieleden van subsidiair beschermden wordt eveneens een wachttijd van twee jaar ingevoerd, net zoals voor humanitair geregulariseerden en voor tijdelijk beschermden.

Deze verlengde wachttijden zijn evenwel niet van toepassing op aanvragen die uitsluitend betrekking hebben op minderjarige of gehandicapte kinderen.

Met deze wachttijd wil de wetgever garanderen dat de referentiepersoon eerst voldoende stabiliteit en integratie kan opbouwen vooraleer gezinsleden zich bij hem of haar voegen. Of deze wachttijd werkelijk bijdraagt aan integratie, of eerder nieuwe juridische discussies zal uitlokken, zal de toekomst moeten uitwijzen.

Hogere leeftijdsgrens

Daarnaast wordt de leeftijdsgrens voor gezinshereniging met partners verhoogd naar 21 jaar. Dit zowel voor gezinshereniging met Belgen als met derdelanders. Voortaan zullen de echtgenoten en wettelijk geregistreerde partners aldus minstens 21 jaar dienen te zijn om in aanmerking te komen voor gezinshereniging. Er zijn echter enkele uitzonderingen: voor partners van erkende vluchtelingen en staatlozen blijft de grens op 18 jaar, op voorwaarde dat de gezinsband al bestond voor de aankomst in België. Voor Unieburgers en hun partners verandert er niets. Volgens de wetgever moet deze maatregel helpen om gedwongen huwelijken te voorkomen en garanderen dat partners over voldoende maturiteit beschikken.

Partnerschappen gelijkgesteld aan huwelijken – maar met extra bewijs

De hervorming maakt verder een einde aan de gelijkstelling tussen de voorwaarden die dienen te worden vervuld bij huwelijken en wettelijk geregistreerde partnerschappen gelijkgesteld aan het huwelijk. De wetgever meent dat een dergelijk onderscheid achterhaald is gelet de meeste EU-lidstaten huwelijken tussen personen van hetzelfde geslacht toelaten.

Partners die niet gehuwd zijn, maar een partnerschap hebben gelijkgesteld aan echtgenoten zullen voortaan bijkomend moeten aantonen dat hun relatie duurzaam en stabiel is. Voor hen geldt dus een extra bewijslast.

Overgangsregels: wie er al is, valt buiten schot

De wet voorziet wel in overgangsregels. Gezinsleden die vóór 18 augustus 2025 al toegelaten of gemachtigd waren tot een verblijf van meer dan drie maanden, vallen nog onder de oude voorwaarden. Voor hen verandert er voorlopig niets. Ook familieleden van Belgen of vreemdelingen met een verblijfsrecht voor meer dan drie maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van de wet, blijven gedurende de komende twee jaar nog buiten schot.

Conclusie: een strenger en zwaarder parcours

De hervorming van augustus 2025 maakt gezinshereniging in België merkbaar moeilijker. De inkomensdrempel ligt hoger, de huisvestingseisen zijn strenger, de wachttijden langer en de leeftijdsgrens verhoogd. Vooral subsidiair beschermden worden zwaar getroffen: zij verliezen uitzonderingen die zij voorheen deelden met erkende vluchtelingen.

Voor gezinnen betekent dit dat de weg naar hereniging met geliefden ingewikkelder, langer en duurder wordt. Het fundamentele recht op gezinsleven blijft echter overeind. De procedure wordt zwaarder, maar niet onmogelijk. Met de juiste voorbereiding, goede documentatie en tijdige begeleiding is het nog steeds haalbaar om je gezin naar België te laten overkomen.

Meer weten of wenst u bijstand bij de (voorbereiding van de) aanvraag tot gezinshereniging? Neem contact op met het team van FIDAS LAW, wij helpen u graag verder.

www.fidaslaw.be – info@fidaslaw.be – 050/30.11.50