Fidas Law Menu

Strengere straffen voor verkeersinbreukenby Tobias Valcke

5 april 2018
  • vrouwe-justitia

Op 15 maart 2018 verscheen de Wet ter verbetering van de verkeersveiligheid in het Belgisch Staatsblad.

Met uitzondering van enkele specifieke bepalingen, zoals omtrent het alcoholslot, trad de wet retroactief in werking op 15 februari 2018.

Deze wet is een nieuwe episode in de kruistocht van de overheid om zware verkeersovertredingen en recidivisten streng aan te pakken.

Hieronder bespreken we enkele van de belangrijkste wijzigingen.

  • Verplicht alcoholslot

Eén van de meest opvallende wijzigingen die deze wet met zich meebrengt, is de verplichte bestraffing met een alcoholslot voor wie binnen de drie jaar na een eerste veroordeling voor rijden onder invloed van alcohol opnieuw op een dergelijke overtreding wordt betrapt. Belangrijke nuance hierbij is evenwel dat in beide gevallen een alcoholintoxicatie van minstens 1,2 promille dient te worden vastgesteld. De bestraffing wegens herhaling met een alcoholslot komt bovenop de zware geldboete van minstens € 3.200, een rijverbod van minstens drie maanden en het verplicht afleggen van een theoretisch en praktisch rijexamen, alsook medische en psychologische proeven. De geldboete en het rijverbod kunnen weliswaar, al dan niet gedeeltelijk, met uitstel worden uitgesproken.

Maar niet enkel recidivisten worden met deze maatregel geviseerd. Ook bij een eerste alcoholgerelateerde verkeersinbreuk, waarbij een intoxicatie wordt vastgesteld van minstens 1,8 promille, is de rechter verplicht de overtreder te veroordelen tot een alcoholslot. In dit geval kan de rechter daar echter van afzien, indien hij zijn beslissing daartoe uitdrukkelijk motiveert in het vonnis.

Het alcoholslot wordt opgelegd voor een periode van 1 tot 3 jaar of levenslang, en gaat samen met het verplicht volgen van een omkaderingsprogramma.

Net zoals bij het rijverbod kan de rechter beslissen om het alcoholslot niet voor alle categorieën van voertuigen op te leggen, maar wel één of meerdere categorieën van deze maatregel uit te sluiten. Deze uitzondering kan van groot belang zijn voor beroepschauffeurs die hierdoor hun professionele activiteiten kunnen blijven uitoefenen.  Belangrijk is niettemin dat de voertuigcategorie waarmee de overtreding werd begaan niet kan worden uitgesloten.

Wie na een dergelijke veroordeling toch rijdt met een voertuig dat niet is uitgerust met een alcoholslot, kan veroordeeld worden tot een langdurig rijverbod en een zware geldboete, en zelfs tot een gevangenisstraf.

Deze regelgeving treedt in werking op 1 juli 2018.

  • Mededelingsplicht identiteit bestuurder

Voorts wordt met de invoering van deze wet de kentekenaansprakelijkheid, die voorheen enkel gold voor rechtspersonen, ook van toepassing op natuurlijke personen.

Dit houdt in dat elke titularis van een nummerplaat steeds dient te weten wie het aan die nummerplaat gelinkte voertuig bestuurt. Wie immers in geval van een vastgestelde verkeersovertreding kan aantonen dat hij niet zelf de bestuurder was, dient desgevallend de identiteit van de overtreder mee te delen. Uitzondering hierop is uiteraard het geval waarin de titularis kan bewijzen dat hij met diefstal, fraude of overmacht werd geconfronteerd.

Voor wie er niet in slaagt de identiteit van de eigenlijke overtreder kenbaar te maken, dan wel deze doelbewust verzwijgt, voorziet de wetgever strenge straffen. De titularis kan bestraft worden met een geldboete van € 200 tot € 32.000 en een rijverbod van 8 dagen tot 5 jaar of levenslang. Deze straffen worden verdubbeld bij herhaling binnen de drie jaar.

In het geval dat het voertuig is ingeschreven op naam van een rechtspersoon bedraagt de boete voor schending van de mededelingsplicht minimum € 1.600.

Voor rechtspersonen bestaat de mogelijkheid om de gebruikelijke bestuurder te registeren in de Kruispuntbank Voertuigen. Indien een dergelijke registratie heeft plaatsgevonden, zal de geregistreerde persoon geacht zijn de bestuurder te zijn geweest op het ogenblik van de overtreding.

  • En verder

Ook het plegen van vluchtmisdrijf na een ongeval waarbij niet enkel materiële schade is ontstaan, wordt strenger aangepakt. Heeft het ongeval voor een ander slagen of verwondingen veroorzaakt, wordt de maximale gevangenisstraf opgetrokken van twee tot drie jaar. Indien er daarentegen een dodelijk slachtoffer te betreuren valt is een gevangenisstraf van vier jaar mogelijk. De geldboete en het rijverbod blijven voor beide gevallen gelijk: € 3.200 tot € 40.000 en 3 maanden tot 5 jaar of levenslang.

Vanaf nu kunnen ook personen die een voertuig besturen zonder over het daarvoor vereiste rijbewijs te beschikken bestraft worden met een gevangenisstraf van acht dagen tot twee jaar.

Tot slot wordt de gebruikelijke verjaringstermijn voor verkeersovertredingen verlengd van één tot twee jaar. Voor rijden in staat van strafbare alcoholintoxicatie of drugs, vluchtmisdrijf en rijden zonder rijbewijs blijft de verjaringstermijn drie jaar. Dit wordt eveneens het geval voor rijden zonder alcoholslot en rijden gedurende een rijverbod.